Een man in een bouwhelm en oranje veiligheidsvest staat in een grote kuil op een bouwplaats, terwijl hij een apparaat vasthoudt dat verbonden is met een kastje op de grond.

  Manuel Ravoni
  Lab Specialist Geotechniek

  +31 6 53 18 50 95
  Of stuur een e-mail

De thermische geleidbaarheid is gemeten met behulp van de “naaldmethode”, conform ASTM D5334-22. Deze meetmethode is gebaseerd op de zogenaamde ‘Non-Steady-State Probe’ techniek, waarbij gebruik wordt gemaakt van een thermische naald met een naaldvormige warmtebron en temperatuursensor (Afbeelding 17). Voor deze analyse wordt een naald ingebracht aan de onderzijde van het monster, zonder het monster uit de steekbus te verwijderen. Wanneer de temperatuur van de naald zich heeft gestabiliseerd, ofwel is aangepast aan de temperatuur van het betreffende grondmonster, wordt door de naald een warmtepuls afgegeven. Op basis van de gemeten respons op deze warmtepuls wordt vervolgens de thermische geleidbaarheid (λ) berekend. Op basis van de thermische geleidbaarheid kan de thermische weerstand (g-waarde) worden berekend.

G-waarden

Schematische tekening van een temperatuursensor met onderdelen zoals basis, referentietemperatuursensor, verwarmingse draad, hittevonk, koude vlek en hete vlek.

Afbeelding 17